033 2600 200

“De rode martini smaakte me niet meer als vroeger. Ik dacht: ik heb een mooi leven gehad. En dat loopt een keer ten einde. Daar heb ik vrede mee. Het is goed. Met mijn uitvaart wil ik niemand opzadelen. Dus wat er geregeld kan worden, doe ik zelf.”

Op een dag ging m’n telefoon. Een mevrouw, die een afspraak wilde maken om haar uitvaart te regelen.  Zo gezegd, zo gedaan.

Mevrouw van Greven, begin tachtig. Een nuchtere, krachtige, levenslustige vrouw. Zo één van: doe maar gewoon. Zelfstandig, niet afhankelijk, regie in eigen hand. Ze leeft in het heden, bij de dag, kijkt met plezier terug op het verleden en ziet met vertrouwen haar toekomst tegemoet.
Ze raakte bevriend met zichzelf en de mensen om haar heen. Humor houdt haar op de been.Het harde bestaan van haar jeugd, het ‘vaderloze’ leven, de vroege dood van haar moeder en haar man, haar kinderloosheid en haar veelvuldig ziekenhuisbezoek zijn voor haar geen reden om te zeuren en zielig te zijn. Opgewekt aanvaardt mevrouw van Greven het leven.

“In de herfst van vorig jaar voelde ik”, zo vertelde ze, “dat het einde van mijn leven zich inzette. De rode martini smaakte me niet meer als vroeger. Ik dacht: ik heb een mooi leven gehad. En dat loopt een keer ten einde. Daar heb ik vrede mee. Het is goed.
Met mijn uitvaart wil ik niemand opzadelen. Dus wat er geregeld kan worden, doe ik zelf. Met een familielid heb ik een paar liederen uitgezocht en zijn we naar de uitvaartondernemer gestapt. Een kist besteld en hem verteld, dat ik begraven wil worden bij mijn man.
Een nieuwe steen op het graf, waarop ook mijn naam staat, hoef ik niet. Want na verloop van tijd komt er toch niemand meer kijken. Wat ik wel wil is een mooi afscheid”, vertelde mevrouw van Greven.

Met elkaar hebben we haar levensverhaal, haar In Memoriam opgesteld. Spreken over haar dood, werd praten over haar leven. Het waren prachtige gesprekken. Er was humor, maar er waren ook tranen om de geleden pijn. Het verhaal weerspiegelt haar leven.
Evenzo hebben we het programma voor haar uitvaart gemaakt. Het gaf haar rust, en ook de familie weet waar ze met tante aan toe zijn.

“Mijn leven is voorbij, vertelde ze, alles wat nog komt zijn presentjes.” Die krijgt ze nog dagelijks, want ze leeft nog.

“Bij mijn definitieve afscheid, grapte ze, zal ik je vanuit de kist een knipoog geven.”

Mevrouw van Greven had lef. Zij had ‘de moed, de durf, het hart’ om te leven, inclusief haar laatste levensfase. Ze had zich de kunst van leven toegeëigend.
Door de laatste fase ‘bij leven’ te regelen, wordt haar leven op een mooie, persoonlijke manier afgesloten. Een waardig einde van een geleefd leven. Het gaf haar rust en ook de familie en de nabestaanden.

[de naam ‘mevrouw van Greven’ is gefingeerd]

Bel mij terug