033 2600 200

As you set out for Ithaka
hope the voyage is a long one,
full of adventure, full of discovery

Konstantinos Kaváfis
[fragment uit ‘Ithaka’, vertaling Edmund Keely en Philip Sherrard]

Mensen zijn als wolken: veranderlijk en vergankelijk. Leven is veranderen. Niets blijft hetzelfde. Zelfs wij niet, ook al hebben we dan een gevoel van continuïteit. En alle leven is sterfelijk. Alles, dus ook onze geliefden, dus ook wij zelf, zal eens oplossen in het avondrood. Het is ons lot. Er is geen ontkomen aan, ook al leven we alsof we het eeuwige leven hebben.

Als mensen ontwikkelen en groeien houdt veranderen dus ook verliezen in. Onze geboorte betekent het verlies van de veiligheid van de baarmoeder die in al onze behoeften voorzag. En zo gaat het maar door, elke levensfase heeft haar specifieke ontwikkelingstaken, noopt tot noodzakelijke veranderingen. Zo zal een baby zijn actieterrein verruimen, steeds verder weg van de ouderfiguur, om de wereld kruipend en stappend te verkennen. Hij zal met plezier spelen en genieten van de bewegingsmogelijkheden van zijn lichaam. Zo zal een hoogbejaarde zijn wereld zien inkrimpen, steeds afhankelijk worden van de zorg van anderen, en met tevredenheid terugkijken op wat hij in het leven gerealiseerd heeft. Hij zal genieten van de kleine dingen van het leven en de warme contacten met mensen.

De lijst van mogelijke veranderingen en verliezen die een mens kan meemaken is eindeloos. Er zijn de verwachte verliezen, zoals van school veranderen, het ouderlijke huis verlaten om zelfstandig te gaan wonen, het overlijden van mensen die lang ziek zijn, zelf op oudere leeftijd sterven. Deze verliezen beschouwen we als ‘normaal’. Er zijn ook verliezen die buiten het gewone levenspad vallen, buiten onze verwachtingen: de eigen zaak die failliet gaat, de kanker die we krijgen, een plots ontslag, een kind dat sterft, een woning die afbrandt door een blikseminslag, een ouder heeft jong dementie, een dierbare raakt verminkt door een bomaanslag, oorlog jaagt ons op de vlucht. Verlies kan enkelvoudig zijn, er kunnen diverse verliezen gelijktijdig voorkomen [veelvoudig verlies].

Niet alle verlies leidt tot rouw. Gelukkig maar. Er zijn zelfs veranderingen waar we naar uitkijken: gaan samenwonen, een vertrouwde job achterlaten voor een nieuwe uitdaging, verhuizen naar ons droomhuis. We rouwen wanneer we iets of iemand verliezen waaraan of aan wie we gehecht zijn. Een andere existentiële gegevenheid toont zich hier: ons hechten aan iets, ons verbinden met iemand: ook dat is ‘des mensen’. Meer nog: zonder verbondenheid en interdependentie zijn we ten dode opgeschreven. De keerzijde van de natuurlijke neiging om ons te hechten is de rouw na veranderingen of verliezen, die we als een inbreuk ervaren op wie we zijn.

Rouwen is het proces van aanpassing aan ingrijpende verliezen. Verliezen kunnen we niet objectief afwegen tegenover elkaar. De mate waarin iets ingrijpt is subjectief. Zelfs hetzelfde type verlies is telkens anders. Een ouder verliezen op jonge leeftijd is anders dan op oudere leeftijd. De dood van een kind kan erg verschillend ervaren en beleefd worden, afhankelijk van een waaier van factoren, zoals de leeftijd van het kind, de omstandigheden en de oorzaak van het overlijden, de band met het kind. We kunnen een kind ook op andere manier verliezen, omdat het emigreert, omdat het zelf afstand neemt, omdat het zwaar depressief wordt, omdat het drugs gebruikt en van persoonlijkheid verandert.

Ingrijpende verliezen dagen ons uit om onszelf weer bij elkaar te rapen of opnieuw uit te vinden, overeind te krabbelen, toch verder te gaan.

[Uit: ‘Het DNA van Rouw’, Gerke Verthriest & Johan Maes]

Bel mij terug